Komma(ar) op met die komma!

dinsdag, 25 september 2018

De komma is best een lastig leesteken. Waar zet je zo’n ding? Het goede nieuws is dat er eigenlijk geen vaste regels voor kommagebruik zijn, dus echt fout kun je het niet doen. Genootschap Onze Taal geeft wel aan dat er algemene uitgangspunten zijn, die gebaseerd zijn op de vaste gewoonten van een meerderheid van de ‘zorgvuldige’ taalgebruikers. Weten wat die komman**kers doen? Lees snel verder.

Kom maar op met die komma

De belangrijkste ‘regel’: gebruik zo min mogelijk komma’s. Als je veel komma’s in een zin nodig hebt, zet je te veel informatie in één zin. Dat maakt het lezen er niet makkelijker op. Deel de zin liever op in kortere zinnen.

Functies van de komma
Een komma kan drie verschillende functies hebben:

1. Structuurkomma

De structuurkomma zorgt voor leesbare zinnen. Je zet bijvoorbeeld komma’s tussen opsommingen of je brengt structuur aan in hoofd- en bijzinnen.

Voorbeeld: Zo ontstond er een toename van het aantal dieselauto's, omdat bepaalde diesels ook onder het gunstige tarief van 14 procent bijtelling vielen.

> Het cursieve deel is de hoofdzin. Het deel na de komma is de bijzin.

bonustip** Bonustip **
Hoofd- en bijzinnen herken je aan de woordvolgorde: in hoofdzinnen staat de persoonsvorm (in deze zin ontstond) meestal op de tweede plaats, in bijzinnen staat de persoonsvorm meestal verder naar achteren (in deze zin vielen).

2. Leeskomma

De leeskomma geeft houvast bij het hardop lezen van een tekst. Je hoort dan een korte rust.

Voorbeeld: Hoe dan ook, als je rekening houdt met onderstaande zaken, wordt je verhaal beter leesbaar.

3. Betekeniskomma

Deze komma verheldert de betekenis van een zin.

Voorbeeld: Het team redt een hert dat zwanger is, van een groep stropers.

> Zonder komma is het hert niet zwanger van een reekalfje, maar verwacht ze een groep stropers.

Komma voor maar en meer ‘regels’
In totaal zijn er 37 ‘regels’ voor kommagebruik. Ik beperk me hier tot de meest voorkomende situaties waarin je een komma kunt zetten. Ben je toch nieuwsgierig naar alle 37 regels? Je kunt ze vinden in de Schrijfwijzer van Jan Renkema.

Zet een komma:

- tussen twee of meer hoofdzinnen zonder voegwoord

Voorbeeld: De mensen verstonden elkaar niet meer, de bouw liep spaak, de toren werd niet afgebouwd.

- tussen hoofdzinnen met een voegwoord. De komma staat dan voor het voegwoord

Voorbeeld: Sommige studenten ervaren die spanning als een gezonde focus, maar de meeste vinden het maar vervelend.

- tussen hoofdzin en bijzin (1) of een bijzin en hoofdzin (2)

Voorbeeld:

1. Hij liep heel snel, omdat hij voor de bui binnen wilde zijn.

2. Hoge instapeisen voor nieuwkomers of niet, Leuven scoort hoog in internationale wetenschappelijke ranglijsten.

- tussen twee werkwoordsvormen die niet tot dezelfde deelzin behoren

Voorbeeld: Pas toen Parijse modeontwerpers in de jaren tachtig teksten op hun creaties aanbrachten, kregen ze een decoratieve en grappige functie.

- tussen de delen van een opsomming

Voorbeeld: Deze kunstenaar maakt foto’s, schilderijen, tekeningen en sculpturen.

- tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden

Voorbeeld: Mijn tante heeft mooie, nieuwe, blauwe schoenen.

- voor voegwoorden zoals maar, want, of, dus, echter, hoewel, omdat, opdat, zodat, indien, aangezien en terwijl

Voorbeeld: Vast wel, maar het kan geen kwaad om bij het schrijven van je verhaal het CCC-model in je achterhoofd te houden. 

- voor en na een bijstelling

Voorbeeld: Stef Blok, minister van Buitenlandse Zaken, bood excuses aan voor zijn uitspraken.

- tussen twee persoonsvormen

Voorbeeld: Wat zij gedaan heeft, is heel bijzonder.

- na de aanhef van een brief of mail

Voorbeeld: Geachte mevrouw Van Beek,

- na de afsluitende groet van een brief of mail

VoorbeeldHartelijke groet,

- voor en/of na een aanspreking

Voorbeeld:

Johan, is deze sessie nuttig?

Kijk, jongen, zo zijn we niet getrouwd.

Kommavragen
Is het waar dat er nooit een komma voor 'en' mag staan?

Nee, dat is niet waar. Een komma bepaalt soms de betekenis van een zin en is dan nodig om misverstanden te voorkomen.

Voorbeeld: Foliumzuur en vitamine C zijn onder andere goed voor de vermindering van de vermoeidheid, en de weerstand.

> Als er geen komma voor 'en' staat, dan zorgen foliumzuur en vitamine C ook voor vermindering van de weerstand en dat is niet het geval.

Heb jij nog vragen over de komma? Ik beantwoord ze graag.

Delen van dit artikel mag, graag zelfs. Je kunt dat doen met de buttons hieronder.

Met dank aan Frank Pietersen van Cre8it voor zijn onbedoelde titelsuggestie.

Reacties (2)

  • Rob Steijger 03 november 2018 op 15:14 | #

    Helder stuk, dank je.

    Een trucje waarmee je (vaak, niet altijd) op komma’s besparen kunt, is door het gezegde om te draaien. Dus: een trucje waarmee je op komma’s kunt besparen is door het gezegde om te draaien.

    Zo botsen er geen persoonsvormen, wat volgens sommige huisregels niet 'mag'. Al moet die komma weer wél blijven staan volgens de hierboven genoemde regel 'tussen twee werkwoordsvormen die niet tot dezelfde deelzin behoren'.

    • Annette Cost 05 november 2018 op 08:43 | #

      Mooie aanvulling, dankjewel Rob